CRIV 56 COM 394
Zoals u zei, is het vrije maritieme verkeer
essentieel voor onze economie en onze
samenleving. Als de regering effectief overgaat tot
steun in het kader van een duurzaam
vredesakkoord en van een internationale coalitie,
dan zou dat voor onze economie een goede zaak
kunnen zijn.
Ik wil afsluiten met een heel belangrijk gegeven,
namelijk het diplomatieke overleg, dat toch nog
altijd noodzakelijk is. U zegt dat de Iraniërs even
adem kunnen halen, en daar ben ik het mee eens.
Het wrede regime zit echter nog altijd in het zadel
en de ayatollahs blijven aan de macht. We kunnen
zelfs vrezen dat ze versterkt uit de oorlog komen.
De mensen zouden hun steun aan de ayatollahs
kunnen betuigen uit angst. We moeten blijven
streven naar een democratische omwenteling in
Iran. Zodra de internetverbindingen hersteld
worden, zullen we misschien meer zicht hebben op
hoe de bevolking zich echt voelt. Elk volk heeft
evenwel recht op een democratisch bestuur, zeker
ook de Iraniërs.
02.09 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de
minister, u zegt dat België klaarstaat om
tussenbeide te komen. Ik blijf er toch op hameren
dat we ons niet mogen overhaasten. Er moet een
duurzaam staakt-het-vuren komen binnen een
multilateraal en internationaal gestoeld kader. We
moeten daarbij de grootste voorzichtigheid aan de
dag leggen, en laten we hopen dat ook de
Europese Unie in een latere fase toch iets te
zeggen krijgt.
U spreekt over voorzichtig optimisme, maar die
‘pre-deal’,
dat
initiële
akkoord,
die
interimovereenkomst of intentieverklaring – het
heeft op den duur meer namen dan inhoud –, staat
vol vraagtekens, zoals mijn collega al zei. Immers,
niet het Iraanse volk, maar het regime in Teheran,
dat bloeddorstige regime, kan triomferen. Het heeft
heel veel binnengehaald en is sterker dan ooit. Er
komen miljarden aan bevroren tegoeden vrij en
sancties worden opgeheven. Niet het Iraanse volk
heeft daar baat bij, maar wel dat vreselijke regime.
Bovendien is Israël op geen enkele manier
betrokken bij wat in die pre-deal staat. Israël heeft
er akte van genomen en in feite komt het erop neer
dat het verder zal doen wat het wil. De grote vrees,
mijnheer de minister, is dat Israël Libanon blijft
bombarderen en dat Hezbollah daarop blijft
reageren. De Golfregio is hoegenaamd niet veiliger
geworden en de wereld evenmin. Toch zal ik
proberen mee te stappen in uw voorzichtige
optimisme. We zullen zien waar dat toe leidt.
KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE
15
17/06/2026
2025
De Straat van Hormuz is open, wat goed nieuws is
voor onze koopkracht en hopelijk ook voor onze
energieprijzen. De vraag is alleen hoelang die open
zal blijven en of het er veilig varen is.
Tot slot sluit ik me aan bij mijn collega: op dit
moment zouden we echt kunnen en moeten tonen
dat diplomatie nog enige waarde heeft, veel meer
dan dure oorlogsvoering.
02.10 Ellen Samyn (VB): Eerst en vooral wens ik
mijn excuses aan te bieden omdat ik niet aanwezig
was bij de vraagstelling. Helaas kan ik niet op twee
plaatsen tegelijk zijn. Dat gezegd zijnde, mijnheer
de minister, dank ik u voor uw uitgebreide
antwoord.
Onze partij juicht toe dat er momenteel een
akkoord op tafel ligt dat hopelijk zal uitmonden in
duurzame vrede want een langdurige blokkade van
de Straat van Hormuz heeft de wereldeconomie
aangetast. Het is al opgemerkt door de andere
vraagstellers, maar ook onze energiebevoorrading
en zelfs onze landbouw hebben het zwaar te
verduren gehad en hebben dat nog altijd.
Tegelijk moeten wij samen met u vaststellen dat
het akkoord vooral uit intenties bestaat en dat het
een vaag akkoord is.
Het internationaal recht moet inderdaad worden
nageleefd. Iran krijgt uitzicht, zoals wij kunnen
vernemen, op enorme financiële middelen en een
geleidelijke versoepeling van sancties, hoewel er
vandaag nog altijd geen harde garanties zijn dat
het land definitief stopt met uraniumverrijking of dat
dat op een verifieerbare manier zal worden
gecontroleerd. Met andere woorden, het
economische luik lijkt relatief concreet, maar over
het nucleaire dossier, dat nochtans de kern van het
conflict was en is, blijven de grootste vragen
onbeantwoord. Dat maakt het akkoord natuurlijk
bijzonder broos. Daar komt nog bij dat Israël al
heeft laten verstaan dat het zich niet noodzakelijk
gebonden voelt door de regeling. Zolang die
fundamentele tegenstellingen blijven bestaan, lijkt
het eerder om een tijdelijk staakt-het-vuren te gaan
dan om een duurzaam vredesakkoord.
Mijn fractie is daarom de mening toegedaan – op
dat vlak verschillen wij misschien van mening – dat
België zich erg terughoudend moet opstellen.
Zolang er geen stabiele en afdwingbare regeling
bestaat, mogen wij ons niet laten meesleuren in
een conflict dat niet het onze is. Bovendien dreigt
de oorlog uiteindelijk vooral het Iraanse regime te
hebben versterkt terwijl de situatie van het Iraanse
volk er allerminst op is verbeterd.
2026
CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE