CRIV 56 COM 429
Daarom pleit ik voor een “whole of government”
aanpak waarbij een evenwicht gevonden wordt, en
waarbij de relatie in zijn geheel wordt bekeken in
een kader van een alomvattend en wederzijds
voordelig partnerschap.
Deze “whole of governement” aanpak is de basis
van de gemeenschappelijke verklaring en de
gedetailleerde afspraken die ik met mijn
Marokkaanse homoloog op 23 oktober 2025
maakte en die momenteel worden uitgevoerd. Er is
nog een lange weg te gaan, maar we hebben al
vooruitgang geboekt, onder andere op het gebied
van migratie.
Onze Samenwerkingsprogramma voor de periode
2024-2028 focust op de versterking van de
werkgelegenheid voor vrouwen en jongeren, rurale
ontwikkeling, de modernisering van de openbare
dienstverlening, waardig werk en de ondersteuning
van de wederopbouw na de aardbeving. Deze
interventies creëren bijkomende economische
kansen, bevorderen sociale inclusie en versterken
de maatschappelijke weerbaarheid. En zetten dus
ook in op de bestrijding van de diepere oorzaken
van irreguliere en gedwongen migratie.
Het stopzetten van deze samenwerking zou in de
eerste plaats gevolgen hebben voor de beoogde
begunstigden van de programma's en zou niet
noodzakelijk bijdragen tot een effectievere
samenwerking inzake terugname.
47 Question de Roberto D'Amico à Maxime
Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires
européennes et Coopération au développement)
sur "La position belge sur l'extraction minière en
eaux profondes lors de la nouvelle session de
l'AIFM" (56017739C)
47 Vraag van Roberto D'Amico aan Maxime
Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese
Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over
"De Belgische positie rond diepzeemijnbouw op
de nieuwe zitting van de ISA" (56017739C)
Geachte minister,
In juli start een nieuwe zitting van de Internationale
Zeebodemautoriteit (ISA) in Jamaica, waar België
met een delegatie aanwezig zal zijn.
1. Welke standpunten zal België in de Raad en de
Assembly van de ISA verdedigen?
Naar aanleiding van unilaterale mijnbouwpogingen
vanuit de Verenigde Staten loopt er bij de ISA een
onderzoek naar enkele bedrijven met een
exploratiecontract,
over
mogelijke
contractbreuken. Verschillende rechtsgeleerden
KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE
107
15/07/2026
2025
beschouwen
vergunningsaanvragen
voor
diepzeemijnbouw via de Verenigde Staten – die
ingaan tegen internationale wetgeving – als zo'n
contractbreuk. Zij stellen bovendien dat ISAcontractanten NORI en TOML de voorwaarden van
hun exploratiecontract schenden door hun nauwe
banden met The Metals Company, dat via de
Verenigde
Staten
een
vergunning
voor
diepzeemijnbouw heeft aangevraagd.
2. Hoe zal België hierover tussenkomen?
3. Hoe kan België ervoor zorgen dat een schending
van internationale wetgeving niet onbestraft blijft?
4. Zal België aandringen op de opschorting van de
exploratiecontracten van NORI en TOML?
Antwoord - Réponse:
Mijnheer D’Amico,
Ons land neemt inderdaad deel aan de zitting van
de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) in
Kingston.
De Belgische delegatie zal er constructief bijdragen
aan de werkzaamheden van zowel de Raad als de
Vergadering,
met
als
voornaamste
doel
vooruitgang te maken in de onderhandelingen over
het
regelgevend
kader
voor
eventuele
exploitatieactiviteiten
in
“the
Area”,
de
diepzeebodem buiten de nationale rechtsmacht.
België blijft zich inzetten voor een wetenschappelijk
onderbouwde,
transparante
en
op
consensusgerichte
benadering
van
de
onderhandelingen.
We benadrukken daarbij het belang van een
robuust, doeltreffend en juridisch sluitend
regelgevend kader dat een hoog niveau van
bescherming van het mariene milieu waarborgt en
tegelijkertijd rechtszekerheid biedt aan alle
betrokken actoren.
Wat betreft de kwestie van de vermeende nietnaleving door bepaalde ISA-contractanten, volgt
België de ontwikkelingen van nabij op.
Het is evenwel belangrijk te onderstrepen dat het
in eerste instantie toekomt aan de Juridische en
Technische Commissie van de ISA om dergelijke
dossiers te onderzoeken en hierover advies uit te
brengen. Deze Commissie is het bevoegde
deskundigenorgaan binnen de Autoriteit.
In het algemeen is België van mening dat iedere
redelijke twijfel over de naleving van contractuele
2026
CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE
Select target paragraph3
Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents