60 CRIV 56 COM 429 15/07/2026 eerder rekening houden met de gevoeligheden van Teheran dan met de rechten van dissidenten. aanwendt om de situatie ten gunste van de Iraanse burgers te veranderen. Het Iraanse regime blijft nochtans verantwoordelijk voor politieke repressie, executies, gijzeldiplomatie en steun aan terroristische organisaties in het Midden-Oosten. Tegen die achtergrond lijkt een dergelijke beslissing bijzonder moeilijk te verantwoorden. Op het Belgische en Europese niveau hebben we meermaals de Iraanse autoriteiten publiekelijk opgeroepen de rechten op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering te waarborgen. Heeft de Belgische regering kennisgenomen van het Franse demonstratieverbod en de motivering ervan? Acht u een dergelijk laattijdig verbod op een vreedzame manifestatie verenigbaar met de vrijheid van vergadering en meningsuiting? Deelt u de bezorgdheid dat dergelijke maatregelen de indruk wekken van een toegeeflijke houding tegenover het Iraanse regime? Heeft België hierover contact gehad met de Franse autoriteiten of binnen Europees verband? Welke concrete initiatieven neemt België om Iraanse dissidenten en democratische oppositiebewegingen diplomatiek te ondersteunen? Bent u bereid dit dossier aan te kaarten op Europees niveau en het belang van de vrijheid van meningsuiting en demonstratie voor Iraanse opposanten expliciet te verdedigen? 19.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Samyn, ik heb ook via de pers vernomen dat de demonstratie die op 20 juni jongstleden gepland was in Parijs op initiatief van Iraanse oppositieleden, door de politieprefectuur van Parijs verboden was. De politie was van mening dat gelet op de internationale context de organisatie van deze demonstratie een ernstig risico vormde voor de handhaving van de openbare orde. Dit besluit is genomen door de bevoegde autoriteiten in Parijs. Het is niet aan mij daar commentaar op te geven. Frankrijk is een rechtsstaat en de organisatoren konden tegen deze beslissing in beroep gaan. Het besluit is overigens bevestigd door de administratieve rechtbank van Parijs na het beroep dat door de organisatoren ingesteld was. De vrijheid vreedzaam te demonstreren is een grondrecht, maar geen absoluut recht. Frankrijk veroordeelt regelmatig de autoritaire en repressieve maatregelen van Teheran en ik kan u verzekeren dat het al zijn diplomatieke invloed KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE 2025 19.03 Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Mijn bezorgdheid betreft het fundamenteel democratische principe dat vreedzame opposanten tegen autoritaire regimes in Europa hun stem moeten kunnen laten horen. U hebt het daarnet zelf gezegd, het Iraanse regime maakt zich al jaren schuldig aan politieke repressie, willekeurige arrestaties, executies en gijzeldiplomatie. Precies daarom is het belangrijk dat de democratische landen een duidelijk signaal geven dat ze de fundamentele vrijheden van Iraanse dissidenten beschermen. Nu, wanneer deze manifestatie, die reeds geruime tijd was aangekondigd, op het allerlaatste moment verboden wordt, werpt dat toch wat vragen op. Het is niet per se kritiek op de Franse rechtsstaat, maar wel een bekommernis over de perceptie die hierdoor ontstaat. Nu, ik weet dat u het Iraanse regime vaak ook veroordeelt. Ik hoop ook dat u dat zult blijven doen, op alle mogelijke fora. Ik dank u daar alvast voor. Het incident is gesloten. L'incident est clos. 20 Samengevoegde vragen van - Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De dreigende genocide in El-Obeid" (56017387C) - Lydia Mutyebele Ngoi aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Soedan en het beleg van El-Obeid" (56017613C) - Els Van Hoof aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De omsingeling van El-Obeid" (56018059C) 20 Questions jointes de - Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le risque de génocide à El-Obeid" (56017387C) - Lydia Mutyebele Ngoi à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et 2026 CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE

Select target paragraph3