Bedrijven
Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij internationaal
maatschappelijk verantwoord ondernemen volgens de OESO-richtlijnen
voor multinationale ondernemingen (OESO-Richtlijnen) en de UN Guiding
Principles on Business and Human Rights (UNGP’s). Het is aan bedrijven
zelf om risico’s voor mens en milieu in hun internationale waardenketens
in kaart te brengen en maatregelen te treffen tegen mogelijke betrokkenheid bij misstanden. Ook wanneer bedrijven zakendoen in China
dienen zij dus met gepaste zorgvuldigheid te ondernemen en te weten of
er sprake is of kan zijn van mogelijke negatieve impact – waaronder
mensenrechtenschendingen – als gevolg van de eigen bedrijfsactiviteiten
of die van de ketenpartners. Het kabinet blijft zich inzetten om bedrijven te
wijzen op hun verantwoordelijkheid om internationaal maatschappelijk
verantwoord te ondernemen. Het kabinet heeft, in lijn met de gewijzigde
motie van het lid Voordewind (Kamerstuk 35 207, nr. 22), extra middelen
vrijgemaakt om in te zetten op bewustwording en het vergroten van
kennis ten aanzien van China onder bedrijven en stakeholders (zoals de
regionale ontwikkelingsmaatschappijen) in Nederland, en maakt kennis
over de mensenrechtensituatie in China daar een integraal onderdeel van.
De gewijzigde motie van het lid Voordewind (Kamerstuk 35 207, nr. 22)
verzoekt de regering tevens om geen exportkredietverzekering (ekv) te
verlenen wanneer op het risico van mensenrechtenschendingen niet
wordt geacteerd. Dit verzoek ondersteunt het huidige beleid met
betrekking tot de ekv. Uw Kamer heeft op 6 februari 2018 het geactualiseerde mvo-beleidsdocument (Kamerstuk 26 485, nr. 255) voor de
exportkredietverzekering ontvangen waarin ook het aangescherpte beleid
ten aanzien van toetsing op mensenrechten bij de ekv is vastgelegd. Het
mvo-beleidsdocument is gebaseerd op OESO-afspraken voor exportkredietverzekeraars (OESO Common Approaches) en is in lijn met de
UNGP’s. De uitvoerder van de ekv, Atradius DSB, beoordeelt per aanvraag
of er verhoogde risico’s zijn op mogelijke schendingen van projectgerelateerde mensenrechten, welke dit zijn en welke maatregelen worden
getroffen. Dit is een due diligence op maat die wordt uitgevoerd voorafgaand aan het verstrekken van een polis. Zowel de staat, via Atradius
DSB, als verzekerden wenden bij verzekeringsaanvragen hun invloed aan
om het risico op mensenrechtenschendingen zo veel mogelijk te
beperken. Indien het risico op projectgerelateerde mensenrechtenschendingen ondanks deze inspanningen onacceptabel is, wordt de transactie
niet verzekerd.
Exportcontrole
Inzet van Nederlandse technologie voor het onderdrukken van bevolkingsgroepen of het schenden van mensenrechten acht het kabinet in alle
gevallen onwenselijk. In het geval van vergunningsplichtige dual-use
goederen wijst de Nederlandse regering een exportvergunning af indien
er zorgen bestaan ten aanzien van het eindgebruik in relatie tot mensenrechtenschendingen.
De nader gewijzigde motie van de leden Van Ojik en Sjoerdsma
(Kamerstuk 35 207, nr. 27) verzoekt de regering om extra inspanningen te
verrichten om in Europees verband een vergunningsplicht in te stellen
voor de export van surveillancetechnologie, en, mocht dit niet lukken voor
1 juli 2020, een dergelijke vergunningsplicht in te voeren via nationale
wetgeving, bij voorkeur samen met zo veel mogelijk andere gelijkgezinde
lidstaten. Nederland heeft zich actief ingezet voor de opname van
cybersurveillancetechnologie binnen de Europese dual-use verordening.
Dat is tot op heden nog niet gelukt, omdat er binnen de Raad grote
Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 207, nr. 32
8