Ruimte voor het maatschappelijk middenveld
In China is er geen sprake van vrijheid van vergadering en vereniging en
de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in China is de laatste
jaren nog verder gekrompen. Door middel van wetgeving zijn zowel de
activiteiten van Chinese maatschappelijke organisaties als van buitenlandse ngo’s verder aan banden gelegd. Buitenlandse ngo’s moeten zich
verplicht registreren door samenwerking aan te gaan met aan de Chinese
overheid gelieerde organisaties (zogenaamde Professional Supervisory
Units) en door inzage te geven in de activiteiten. Sinds de inwerkingtreding van de wet hebben slechts enkele honderden van de naar
schatting 3.000 tot 7.000 buitenlandse ngo’s zich kunnen registreren. Er is
voor overheidsinstanties een negatieve prikkel om samenwerking aan te
gaan met buitenlandse partijen. Dit kost vaak extra geld en tijd en levert
politieke risico’s op, met name als organisaties op voor China gevoelige
terreinen werken. Veel Chinese ngo’s hebben steeds meer moeite om hun
hoofd boven water te houden, omdat zij veelal afhankelijk zijn van
financiële steun van buitenlandse organisaties. Daarnaast blijken Chinese
ngo’s door striktere regels en controle steeds minder ruimte te hebben om
te opereren; voor steeds meer onderwerpen blijkt er in het openbaar geen
ruimte meer. Het is voor bijvoorbeeld LHBTI-organisaties onmogelijk om
zich officieel te registreren. Zodoende wordt het maatschappelijk
middenveld effectief de mond gesnoerd op onderwerpen waarop de
overheid geen tegenspraak duldt.
Gelijke rechten voor vrouwen, meisjes en LHBTI’s
Op het vlak van gendergelijkheid staat China voor uitdagingen. Vrouwen
zijn vaak werkzaam in de laagstbetaalde sectoren en zijn sterk ondervertegenwoordigd in de hogere politieke en ambtelijke segmenten. Wel trad in
2016 de eerste Chinese wet inzake huiselijk geweld in werking. Hierdoor
werd het (in theorie) makkelijker voor vrouwen om aangifte te doen tegen
huiselijk geweld. De implementatie laat in de praktijk echter vaak nog te
wensen over. De beperkte ruimte voor het maatschappelijk middenveld is
ook merkbaar wanneer het bijeenkomsten op het gebied van vrouwenrechten betreft.
Waar LHBTI’s in het verleden relatief veel ruimte hadden om zichzelf te
ontplooien en te organiseren, is het ook voor deze groep steeds moeilijker
om aandacht te vragen voor hun rechten. De overheid weet verschillende
LHBTI-organisaties op steeds meer manieren tegen te werken. De ngo-wet
die in 2017 werd aangenomen maakt het organisaties zo goed als
onmogelijk zich te registreren en zo legaal te kunnen opereren. Externe
steun wordt bemoeilijkt door groeiende repressie. Zo krijgen ongeregistreerde lokale LHBTI-organisaties regelmatig bezoek van de politie of ze
krijgen te maken met buren en huisbazen die door de politie tegen hen
zijn opgezet.
Mensenrechtenverdedigers
In China staan mensenrechtenverdedigers en advocaten die zich inzetten
voor mensenrechtenzaken onder grote druk. Zaken kunnen qua thema
variëren van religie tot klimaat, maar ongeacht het onderwerp waardeert
de overheid een kritische houding over het algemeen niet. De situatie is
met name verslechterd sinds de «709-crackdown» in 2015 waarbij zo’n
300 mensenrechtenadvocaten de mond is gesnoerd door middel van
lange gevangenisstraffen, huisarrest en marteling in (geheime) detentiecentra. De mensenrechtenadvocaten die nog wel werkzaam zijn wordt het
uitoefenen van hun beroep vrijwel onmogelijk gemaakt door middel van
het intrekken of niet verlengen van vergunningen. Ook familie en vrienden
Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 207, nr. 32
4