besteed aan het onderwerp mensenrechten, zowel in een bilaterale als multilaterale setting. Dit doet Nederland niet met een opgeheven vingertje, maar door te wijzen op internationale verplichtingen die voor alle landen gelden, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en bijvoorbeeld door China aan te sporen om het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten te ratificeren, zoals D66 voorstelt.8 Het spreekt voor zich dat Nederland alleen niet in staat is om het Chinese mensenrechtenbeleid effectief te beïnvloeden. Daarom legt de Chinanotitie, net als de notities van de VVD, D66 en GroenLinks,9 de nadruk op een eensgezinde EU-aanpak. Wanneer gemeenschappelijk handelen op belangrijke punten niet lukt, zoekt Nederland binnen de EU een kopgroep om alvast stappen te zetten. Het kabinet zet bilaterale contacten met EU-lidstaten die besluitvorming over China blokkeren steviger in om EU-eenheid te bewaren. Het kabinet stelt misstanden ook samen met andere gelijkgezinde landen aan de orde. Het kabinetsbeleid is hiermee in lijn met de motie van het lid Sjoerdsma c.s. (Kamerstuk 35 207, nr. 13) die de regering verzoekt zich vaker en stelliger, bilateraal en in Europees verband uit te spreken wanneer de mensenrechten in China onder druk staan. Hierbij moet worden aangetekend dat China consequent formeel protesteert tegen publieke verklaringen in onder andere VN-verband en daarbij stelt dat dit soort acties de bilaterale relaties schaden. Tot slot zijn, zoals in de Chinanotitie wordt beschreven, twee andere uitdagingen van belang. Ten eerste zet China op multilateraal niveau systematisch vraagtekens bij de universaliteit van mensenrechten en draagt het een eigen visie op mensenrechten uit die de focus verlegt naar economische rechten en het soevereiniteitsprincipe – individuele rechten zijn daaraan ondergeschikt en landen dienen zich niet met elkaars «interne aangelegenheden» te bemoeien. Met deze aanpak boekt China steeds vaker succes in multilateraal kader. Het kabinet deelt de analyse van de PvdA dat het bij mensenrechten om universele rechten gaat en niet om regiospecifieke waarden. In de Chinanotitie beschrijft het kabinet de inzet op de verdediging van universele en ondeelbare mensenrechten door meervoudig interpretabel woordgebruik in VN-teksten te voorkomen en een assertiever Europees verhaal uit te dragen over het belang van mensenrechten en de internationale rechtsorde – zowel richting China als ook richting landen elders in de wereld. Ten tweede is het Chinese beleid ook merkbaar in Nederland en derde landen. Voorbeelden van de binnenlandse dimensie zijn Chinese druk op de Oeigoerse diaspora, (zelf)censuur onder studenten, academici, bedrijven en culturele instellingen wanneer het Chinese gevoeligheden betreft, en belemmeringen voor de persvrijheid van buitenlandcorrespondenten in China. De Chinanotitie beschrijft daarom ook expliciet de inzet van dit kabinet op het creëren van bewustwording door middel van een kritisch, publiek debat, samenwerking met EU-partners en gelijkgezinde landen, en waar nodig het financieren van onderzoek. 8 D66 – Voor een robuust en Europees China-beleid: https://d66.nl/content/uploads/sites/2/2019/ 09/Reactie_China_strategie_D66.pdf 9 VVD – Een stevig China-beleid: https://www.vvd.nl/content/uploads/2019/04/VVD-ChinaStrategie.pdf D66 �� Voor een robuust en Europees China-beleid: https://d66.nl/content/uploads/sites/2/2019/ 09/Reactie_China_strategie_D66.pdf GroenLinks – Niet langer naïef: https://beweging.groenlinks.nl/nieuwerelatiemetchina Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 207, nr. 32 10

Select target paragraph3