62
17/06/2026
tegelijk miljarden aan bijkomende besparingen
zoekt.
Tegelijk zien we dat verschillende lidstaten,
waaronder Nederland en Duitsland, expliciet
inzetten op kortingen of correctiemechanismen op
hun bijdrage aan de Europese begroting.
Klopt het dat de Belgische bijdrage aan de
Europese Unie potentieel met ongeveer 2,5 miljard
euro per jaar zou stijgen vanaf 2028?
Op welk totaalbedrag per jaar zou de Belgische
bijdrage dan uitkomen?
Welke concrete positie verdedigt België vandaag in
de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig
Financieel Kader?
Zal België, net zoals Nederland en Duitsland, ook
actief
inzetten
op
een
korting
of
correctiemechanisme op de Belgische EUbijdrage?
Welke rode lijnen hanteert de regering in deze
onderhandelingen?
Werd reeds berekend wat de impact hiervan zou
zijn op Vlaanderen en de andere deelstaten?
Hoe verklaart u dat bepaalde media, waaronder
HLN, reeds inzage lijken te hebben gekregen in
interne berekeningen en rapporten, terwijl
parlementsleden die hierover reeds weken vragen
hebben hangende deze informatie nog niet
ontvingen?
27.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw
Huybrechts, de Europese Commissie heeft in
juli 2025 haar voorstel voor het volgende meerjarig
financieel kader voorgesteld. Dat voorstel moet de
Europese Unie de nodige slagkracht geven om de
vele
uitdagingen
waarmee
zij
wordt
geconfronteerd, het hoofd te bieden.
CRIV 56 COM 394
op federaal niveau laat ons vandaag niet toe om
een dergelijke stijging zonder meer op te vangen.
Verschillende lidstaten bevinden zich overigens in
een soortgelijke situatie.
België ondersteunt een toekomstgericht meerjarig
financieel kader, met bijzondere aandacht voor
concurrentievermogen, defensie, migratie en
klimaatverandering. Tegelijk blijven we het belang
onderstrepen van het landbouw- en het
cohesiebeleid. Daarnaast pleiten we voor een
vereenvoudigde en flexibele begroting waarin een
evenwicht
wordt
gevonden
tussen
voorspelbaarheid en doeltreffend bestuur, met een
passende rol voor de Raad en met respect voor de
institutionele eigenheid van de lidstaten.
Ik onderstreep dat op dit moment de piste van een
korting op de Belgische bijdrage niet op tafel ligt.
Tegelijk zoeken we actief naar manieren om de
budgettaire impact voor ons land te beperken. In
dat kader vormt het behoud van de inningskosten
op douanerechten een duidelijke en sterke
prioriteit. Dankzij onze performante havens en
luchthavens fungeert België als een van de
belangrijkste toegangspoorten tot de wereldhandel
in Europa. De 25% van de douanerechten, die wij
vandaag mogen behouden, vertegenwoordigt een
significante inkomstenbron en een cruciaal
element in de lopende onderhandelingen.
Die nieuwe uitdagingen hebben dan ook een
onmiddellijke impact op de bijdrage van de
lidstaten. In het initiële voorstel zou dat voor België
neerkomen op een stijging van onze jaarlijkse
bijdrage aan de EU-begroting met naar schatting
2,5 tot 2,8 miljard euro, wat overeenkomt met een
toename tussen 56 en 64 %. Ondertussen werd de
negotiating box met cijfers gepubliceerd door het
Cypriotische voorzitterschap. Daarbij wordt een
verlaging van het volume met 2 % voorgesteld. Dat
is duidelijk niet genoeg.
Wat de impact op de gefedereerde entiteiten
betreft, blijft voorzichtigheid geboden. Op dit
moment blijft de Federale Staat exclusief
verantwoordelijk voor de bijdrage aan de Europese
begroting. De mogelijke gevolgen voor gewesten
en gemeenschappen zullen in belangrijke mate
afhangen van de verdere uitwerking van
voorstellen inzake nieuwe eigen middelen,
waarover de discussie zowel op Europees als op
intra-Belgisch niveau nog plaats moet vinden. De
voorstellen over eigen middelen waarnaar u
verwijst, liggen inderdaad formeel niet op tafel,
maar werden in de Raad geopperd. Ook over de
eventuele aanpassingen van de terugbetaling van
het coronaherstelfonds is er nog geen formeel
voorstel voorgelegd. Het proces evolueert constant
en we blijven intussen waken over de budgettaire
impact voor België.
Ik heb in het Parlement al eerder benadrukt dat ik
een overtuigd eurofiel ben. Ik geloof in een sterker
Europa en wens een positieve boodschap uit te
dragen over de Europese begroting. Tegelijk
moeten we de realiteit onder ogen zien. De
voorgestelde verlaging van het volume met 2 %
volstaat zeker niet. De beperkte budgettaire marge
27.03
Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de
minister, ik denk dat het debat allang niet meer
alleen over cijfers gaat, maar ook over politieke
keuzes en prioriteiten. De Vlamingen en zeker ook
de Walen krijgen vandaag voortdurend te horen dat
het geld op is, dat er op pensioenen moet worden
bespaard, dat er besparingen nodig zijn in de
KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE
2025
2026
CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE