38
CRIV 56 COM 394
17/06/2026
investeringen.
Groenlandse
en
Deense
verantwoordelijken hebben zich hier krachtig tegen
verzet, aangezien dit zou worden beschouwd als
een inbreuk op de soevereiniteit en het recht op
zelfbeschikking van Groenland.
die eruit zouden voortkomen en we moeten ook het
internationaal recht blijven benadrukken, zowel wat
de economische samenwerking betreft als de
bescherming van de grondstoffen en de vrije markt
daaromheen.
Tegelijk richt de Amerikaanse strategie zich ook op
economische samenwerking, onder meer inzake
grondstoffen en onderzoek. De mogelijkheid van
onafhankelijkheid voor Groenland is uitsluitend een
beslissing van het Groenlandse volk, met
inachtneming van het recht op zelfbeschikking.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
In een dergelijk scenario zou elke bepaling die
blijvende structurele beperkingen oplegt, zoals
externe vetorechten, moeten worden getoetst aan
het internationaal recht en de eerbiediging van de
volledige soevereiniteit van een onafhankelijke
staat.
Wat het scenario van onafhankelijkheid betreft,
gevolgd door een eventuele toetreding tot de
Europese Unie, is er echter geen formeel scenario
in ontwikkeling. Het initiatief hiertoe zou te zijner tijd
bij de Groenlandse autoriteiten zelf liggen en de in
de verdragen vastgestelde procedures moeten
volgen.
Voor België en de Europese Unie bestaat er een
zeer brede en stevig gedragen consensus. De
eerbiediging van het internationaal recht, de
territoriale integriteit en de nationale soevereiniteit
zijn niet onderhandelbaar. Groenland valt onder
een duidelijk juridisch kader, gebaseerd op de
soevereiniteit van het koninkrijk Denemarken en
het recht van het Groenlandse volk op
zelfbeschikking.
Die
sterke
politieke
eensgezindheid, die ook door de Amerikaanse
partners goed wordt begrepen, vormt het
krachtigste instrument waarmee de Europese
landen Denemarken en Groenland ondersteunen
in hun gesprekken met de Verenigde Staten.
12.03
Kathleen Depoorter (N-VA): Het is
inderdaad belangrijk dat de situatie gestabiliseerd
is en dat Europa en ook België daar heel duidelijke
en krachtige signalen over hebben uitgestuurd. Dat
die signalen goed op elkaar waren afgestemd, mag
eveneens worden onderstreept.
Uiteraard staan we volledig achter de territoriale
integriteit en de nationale soevereiniteit van de
Groenlanders en de Denen. Zij moeten beslissen
hoe om te gaan met dergelijke bilaterale
gesprekken. We moeten echter duidelijk
benadrukken dat we achter hen staan, zowel met
Europa als met ons land. We moeten duidelijk
maken dat we alle steun geven aan de akkoorden
KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE
2025
13 Question de Christophe Lacroix à Maxime
Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires
européennes et Coopération au développement)
sur "Le traité des Nations Unies sur les
entreprises et les droits humains" (56015699C)
13 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime
Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese
Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over
"Het
VN-verdrag
inzake
bedrijven
en
mensenrechten" (56015699C)
13.01 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le
ministre,
depuis
plusieurs
années,
des
négociations sont en cours au sein des Nations
unies en vue de l'adoption d'un traité international
juridiquement contraignant sur les entreprises et
les droits humains (UN Binding Treaty – LBI). Ce
traité vise à renforcer l'accès à la justice pour les
victimes de violations des droits humains liées aux
activités des entreprises transnationales, ainsi qu'à
établir des règles internationales plus cohérentes
en matière de prévention, de responsabilité, de
réparation et d'accès à la justice pour les victimes.
Selon plusieurs informations récentes issues des
discussions d'intersessions menées à Genève, la
dynamique autour de ce processus semble
s'accélérer. Une nouvelle consultation sur le
préambule, l'article 1 ainsi que sur les suites du
processus est prévue les 28 et 29 mai 2026, tandis
que la 12e session de négociation se tiendra du 19
au 23 octobre 2026. Il apparaît également qu'un
nouveau projet de texte ne serait élaboré qu'à
l'issue de cette session.
Dans ce contexte, il ne fait pour nous aucun doute
que l'Union européenne et ses États membres se
doivent de participer pleinement et officiellement
aux négociations. Or, à ce stade, l'Union
européenne n'a toujours pas adopté de mandat
formel de négociation.
La Belgique s'est régulièrement positionnée
comme un « like-minded State » vis-à-vis de ce
processus, affirmant sa volonté de jouer un rôle
actif et constructif en faveur de l'élaboration de ce
traité. Un tel instrument pourrait contribuer à établir
des règles du jeu équitables au niveau mondial,
renforcer l'acquis européen, notamment la
2026
CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE