CRIV 56 COM 429
namens de regering dan wel of dat vooral een
persoonlijk standpunt is. Steunt u de Europese
sancties tegen de Israëlische minister al dan niet?
Mijn tweede vraag gaat over de erkenning van de
Palestijnse Staat. We weten allemaal dat de
regering daarover heel verdeeld. Cd&v en Vooruit
pleiten nu opnieuw voor de erkenning, wat op zich
toch een beetje bizar lijkt. Ik herinner mij immers
nog de hoeraberichten in september dat er een
akkoord was. Op sociale media werd toen zelfs
gepost dat de Palestijnse Staat als het ware al was
erkend. Dat bleek achteraf toch heel voorwaardelijk
te zijn en een beslissing waarover iedere partij uit
de meerderheid toch zijn eigen lezing had.
Nu staan we hier terug. U zei vorige week in de
plenaire vergadering dat dit dossier jammer
genoeg gekoppeld zou zijn aan een ander dossier.
Als ik mij niet vergis, is dat het dossier over de flexijobs, maar ik durf dat niet met zekerheid te zeggen.
Mijnheer de minister, zal de regering de Palestijnse
Staat effectief erkennen? De voorwaarden zijn
vervuld, dus we moeten daarmee vooruit. Ik weet
dat u daar persoonlijk ook van overtuigd bent, maar
wat is het standpunt van de regering? Wanneer zal
die erkenning een feit zijn? Zal die erkenning er
komen? Waarom wel of waarom niet?
In mijn derde vraag ga ik in op de Europese
sancties tegen de illegale nederzettingen. Ook dat
is een belangrijk punt. In de Raad Buitenlandse
Zaken lagen er drie opties op tafel, namelijk een
importban, hogere tarieven of een soort
licentiesysteem. Ik heb begrepen dat er geen
doorbraak is gekomen, omdat de Europese
Commissie zou hebben geweigerd die opties al in
echte wetteksten te gieten. Daarbovenop is er ook
nog een discussie over de procedure, met name
omdat de Europese Commissie blijkbaar vasthoudt
aan unanimiteit, terwijl de juridische dienst van de
Raad en Kaja Kallas stellen dat een
gekwalificeerde meerderheid zou volstaan, precies
omdat het over de nederzettingen gaat en niet over
de staat Israël zelf.
Mijnheer de minister, ook daaromtrent heb ik
duidelijke vragen voor u. Welke van de drie opties,
een effectieve importban, een systeem van hogere
tarieven of een licentiesysteem, steunt ons land?
Volgt u de lijn van Kaja Kallas dat een
gekwalificeerde meerderheid eigenlijk volstaat,
zodat het niet mogelijk is dat één land de
besluitvorming blokkeert? Wat is dus uw positie in
die drie domeinen? Ik vraag niet alleen uw
persoonlijke positie, maar vooral die van de
regering, goed wetende dat bepaalde zaken
KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE
3
15/07/2026
2025
gevoelig liggen en blijven liggen tussen u en uw
coalitiepartners.
De voorzitster: Mevrouw Almaci, u krijgt het woord
en hebt eveneens vier minuten spreektijd.
01.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mevrouw
de voorzitster, ik begin met een bericht dat ik u
vorige week heb gemaild. Vorige week vrijdag heb
ik u als commissievoorzitter een expliciete vraag
gesteld. U hebt die vraag correct doorgestuurd
naar de premier. Ik heb expliciet en met aandrang
gevraagd om, naar aanleiding van een verwacht
actuadebat over de erkenning van Palestina,
voorafgaand een volwaardige gedachtewisseling
te kunnen houden in aanwezigheid van de premier.
Ik heb ook aangegeven dat dat voor mij op
maandag of op dinsdag kon plaatsvinden.
De objectieve vaststelling is dat er, naar aanleiding
van de plenaire vergadering van vorige week,
diametraal tegenovergestelde communicatie is
geweest vanuit verschillende regeringspartijen. We
hebben de heer Bouchez in de Vlaamse pers heel
duidelijk horen zeggen dat dat debat eigenlijk niet
zo belangrijk is, dat het slechts geruis in de marge
is en dat we andere katten te geselen hebben. We
hebben het antwoord van de minister van
Buitenlandse Zaken gehoord. Vervolgens heb ik
vastgesteld dat de premier opnieuw niet wilde
antwoorden. Dat is intussen al maanden het geval.
Elke vraag ter zake wijst hij af of weigert hij te
beantwoorden. Een van mijn twee vandaag
geagendeerde vragen, de vraag over de
importban, is ook gericht aan de premier. De
minister van Buitenlandse Zaken beantwoordt niet
alle doorgestuurde vragen. Hij kan ook niet
namens de regering antwoorden. Hij antwoordt dus
ten persoonlijken titel.
We hebben ook vastgesteld dat er een
ongeoorloofde koppeling is gemaakt tussen het
dossier van de importban, dat deel uitmaakt van
een afgeklopt politiek akkoord van een jaar
geleden, maar nu opnieuw in vraag wordt gesteld,
en het dossier van de annualisering van de
arbeidstijd.
Ondertussen talmen individuele ministers van de
MR en de N-VA met de uitvoering van andere
elementen van het Palestina-akkoord van een jaar
geleden. Sommige ministers weigeren zelfs ronduit
om ze uit te voeren.
Ik ga ervan uit dat de minister namens de regering
antwoordt, wel te verstaan namens de voltallige
regering. De fundamentele vraag die vandaag voor
ons als parlementsleden rijst, is wat het Palestina-
2026
CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE