CRIV 56 COM 429 plusieurs dirigeants de la région et du Golfe. Dans le cas présent, je reste convaincu qu'une diplomatie active, exigeante mais discrète, a davantage de chances de produire des résultats qu'une stratégie de naming and shaming. Je suis également persuadé que c'est en préservant les canaux de dialogue que nous pourrons faire passer nos messages et encourager des évolutions positives. L'alternative consisterait à se voir fermer les portes, sans pour autant avoir la capacité d'améliorer concrètement la situation sur le terrain. We willen echter niet alleen gebruikmaken van diplomatieke kanalen. We hebben ook gepleit voor nieuwe Europese sancties, die de Raad Buitenlandse Zaken gisteren heeft goedgekeurd. Die richten zich op de economische pijlers die het conflict in stand houden en in het bijzonder op de goudhandel. Dat is een belangrijk signaal. Wie voordelen haalt uit de oorlog of bijdraagt aan de financiering ervan, moet weten dat daaraan gevolgen verbonden zijn. We zullen die instrumenten ook in de toekomst gericht blijven inzetten afhankelijk van de evolutie van de situatie op het terrein. Over de strijd tegen straffeloosheid heeft België zich al meermaals uitgesproken. Dat was recent nog het geval tijdens de interactieve dialoog met de Fact-Finding Mission for the Sudan op 15 juni in de VN-Mensenrechtenraad. Daarbij hebben wij onze volledige steun herhaald en aangedrongen op onbelemmerde toegang tot het Soedanese grondgebied. De werkzaamheden van de FactFinding Mission zijn van essentieel belang. Het verzamelen van informatie en bewijsmateriaal draagt bij tot de bestrijding van straffeloosheid en kan op termijn een belangrijke rol spelen in de internationale rechtsbedeling. Daarnaast pleiten wij voor een uitbreiding van het mandaat van het Internationaal Strafhof tot het volledige grondgebied van Soedan. Tijdens een andere vergadering van de Mensenrechtenraad op 18 juni nam België deel aan een gezamenlijke verklaring van de Coalition for Atrocity Prevention and Justice for Sudan over het risico op gruweldaden in El Obeid in het bijzonder. We hebben een dringend debat op 3 juli in de Mensenrechtenraad over de situatie in en rond El Obeid gesteund, met een resolutie als resultaat. De humanitaire steun van België aan Soedan is voornamelijk gebaseerd op onze financiering van verschillende flexibele humanitaire fondsen. Zo draagt België 11 miljoen euro bij aan het KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE 63 15/07/2026 2025 humanitaire fonds voor Soedan voor de periode 2025-2026. Daarnaast verleent ons land meerjarige en voorspelbare steun voor een bedrag van 17 miljoen euro aan het Centraal Noodhulpfonds, waarbij Soedan tot de prioritair begunstigde landen behoort. Daarnaast draagt ons land in 2026 ook 5 miljoen euro bij aan het Immediate Response Accountmechanisme. In dat kader is onlangs een IRAtoewijzing van 18,5 miljoen dollar ten gunste van Soedan aangekondigd. Dankzij die steun kunnen humanitaire organisaties de noden op het terrein rechtstreeks beoordelen en middelen toewijzen aan de operationele partners die het best geplaatst zijn om doeltreffend op te treden, met inbegrip van lokale actoren. Daarnaast zijn er monitoringmechanismen opgezet die ons in staat stellen om de doeltreffendheid van onze steun te evalueren, de interventiegebieden op te volgen en na te gaan in welke mate wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van de getroffen bevolkingsgroepen. Enfin, madame Mutyebele, concernant les exportations d'armes, je vous renvoie à la compétence régionale. Cela dit, nous n'avons d'indication qui laisserait penser que les armes produites en Belgique soient tombées indirectement dans les mains des belligérants, mais nous restons évidemment vigilants. 20.05 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. De situatie is dramatisch en de geschiedenis blijft zich maar herhalen. We kunnen niet anders dan te blijven inzetten op diplomatie, maar altijd in samenhang met nieuwe Europese sancties. Dat gebeurt ook. We kunnen alleen maar hopen dat ook daar de oorlog ten einde kan komen. 20.06 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Une fois n'est pas coutume, monsieur le ministre, je n'ai pas de réplique. Je transférerai bien évidemment mes questions sur les armes aux assemblées concernées. Je vous remercie pour vos réponses complètes. 20.07 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, u gaf een volledig antwoord op het vlak van humanitaire inspanningen, de aanpak van straffeloosheid, de onderhandelingen – niet met naming and shaming, maar discreet – maar toch in relatie tot de partners in de Golf. Het is een goede zaak dat u de problematiek aankaart. Het grootste aantal doden ter wereld valt in Soedan, niet in Gaza, namelijk 800.000 tegenover 80.000. Je mag 2026 CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE

Select target paragraph3

Connect to a paragraph
Connect to an entity
Disable highlights
Add to table of contents