CRIV 56 COM 429
financieel kader duidelijk rekening wordt gehouden
met de financiering van de gezondheidszorg.
16.03 Jan Bertels (Vooruit): Dank u wel, mijnheer
de minister. Ik ben blij dat u de ambitie uitspreekt
om het beleid voort te zetten dat we hebben
gevoerd tijdens ons Europees voorzitterschap en
dat
u
letterlijk
zegt
dat
Europese
gezondheidsmiddelen cruciaal zijn. Dat zijn ze
inderdaad, ook voor de gezondheid in België, zoals
u zelf al aangaf. We moeten de nodige middelen
hebben om de paraatheid te versterken en de
instellingen die daarvoor opgericht zijn te kunnen
laten functioneren.
Ik ben ook blij dat u uitdrukkelijk aangeeft dat
België een partner zal zijn voor gelijkgestemde
lidstaten.
Dat moeten we doen, denk ik, want we moeten een
front vormen om die gezondheidsmiddelen te
vrijwaren. Het is een goede zaak dat er een
vereenvoudigd en flexibel meerjarig financieel
kader komt. We moeten er wel voor zorgen dat
EU4Health wordt opgenomen in het fonds en ook
in het kader van de oefening met betrekking tot
civiele bescherming. Civiele bescherming en
gezondheid maken daar immers absoluut deel van
uit. Dat hebben we nodig om onze autonomie te
versterken. Zo houden we Europa ook op de kaart
wat het gezondheidsbeleid betreft. Daar kunnen
we als Europeanen en als Belgen alleen maar baat
bij hebben.
Ik wens u veel succes, mijnheer de minister, en de
Vooruitfractie geeft u alle steun om te gaan voor
een noodzakelijk, robuust en geoormerkt
gezondheidsbudget binnen Europa.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vraag nr. 56017215C van
mevrouw Almaci wordt schriftelijk behandeld.
17 Vraag van Sandro Di Nunzio aan Maxime
Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese
Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over
"Het Cypriotische onderhandelingskader voor
de Europese meerjarenbegroting" (56017264C)
17 Question de Sandro Di Nunzio à Maxime
Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires
européennes et Coopération au développement)
sur "Le cadre de négociation chypriote pour le
budget pluriannuel européen" (56017264C)
17.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de
minister, het Cypriotische voorzitterschap heeft op
KAMER-3E ZITTING VAN DE 56E ZITTINGSPERIODE
57
15/07/2026
2025
19 juni een nieuw onderhandelingskader voor de
Europese
meerjarenbegroting,
het
MFK,
voorgesteld. Dat verschuift de prioriteiten sterk,
waarbij de middelen voor concurrentiekracht,
grensoverschrijdende
infrastructuurprojecten,
veerkracht, veiligheid en defensie worden
verminderd.
Die verschuiving maakt het voor de Belgische
regering niet eenvoudiger. We weten dat de
uitdagingen voor onze eigen begroting al groot zijn,
laat staan als we extra middelen moeten
ophoesten voor de Europese meerjarenbegroting.
De eerste minister wil focussen op het
competitiviteitsluik, terwijl anderen vinden dat het
budget voor landbouw en cohesie minstens op het
huidige niveau moet blijven. Daarbij spelen ook de
regionale verschillen een rol. Intussen tikt de klok
onverbiddelijk verder en wachten de Europese
debatten niet op onze interne verdeeldheid.
Mijnheer de minister, hoe evalueert u die
fundamentele verschuiving van prioriteiten? Is die
verschuiving al binnen het kernkabinet besproken,
of zal dat nog gebeuren?
Wanneer mogen we een unaniem standpunt van
ons land over het MFK verwachten? Ik weet dat het
niet eenvoudig is om daartoe te komen. Op een
bepaald moment moeten we er toch op kunnen
rekenen dat ons land met een eenduidig standpunt
aan tafel kan zitten als we een stevige
onderhandelingspositie willen innemen over die
meerjarenbegroting.
Wat is tot nu toe de positie van de regering ten
aanzien van de eventuele optie om nieuwe
Europese eigen inkomsten aan te boren? Wat is de
stand van zaken? Kunt u ons daarover iets meer
vertellen?
17.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di
Nunzio, het Cypriotische voorzitterschap heeft
inderdaad voor de Europese Raad van juni een
eerste compromistekst voor het volgende
meerjarig financieel kader met cijfers verspreid. In
vergelijking met het voorstel van de Europese
Commissie daalt het volume van de begroting met
2 %.
Dat is een lichte daling, die meer uitgesproken is in
de tweede en derde pijler, respectievelijk het
Europees Fonds voor Concurrentievermogen en
Globaal Europa, dan in de eerste en vierde pijler,
de nationale en regionale partnerschappenplannen
en administratie.
Het gaat veeleer om een heroriëntering dan om
2026
CHAMBRE-3E SESSION DE LA 56E LÉGISLATURE